Een ode aan mijn vader

Een ode aan mijn vader

Afgelopen weken heb ik in het kader van 40-jaar onafhankelijkheid van Suriname een aantal kavita’s (gedichten) van mijn vader gepost op Facebook die hij in de periode 1973-1978 heeft geschreven en die over de politieke situatie in Suriname gaat in deze periode. Ik beschouw zijn politieke gedichten uit deze periode ook als een stukje documentering van de geschiedenis van Suriname. De gedichten zijn in die periode geschreven en niet achteraf, dat maakt het dus uniek. Voor zover ik weet zijn er geen andere dichters die in die tijd over de politieke situatie in Suriname hebben geschreven.

Wie was mijn vader, wat was zijn relatie met Suriname en Nederland en waarom heb ik de behoefte om over hem te schrijven?

Om met de laatste vraag te beginnen kan ik u vertellen dat ik mijn vader een uniek mens vind. Hij was een cultuurliefhebber in hart en nieren. Hij was op ieder culturele evenement te vinden. Hij genoot van Bollywoodfilms waar hij een grote liefhebber van was. Hij was fan van Raj Kapoor, een vooruitstrevende acteur/regisseur met vooruitziende blik die ik dankzij mijn vader ook heel erg ben gaan waarderen, mijn vader was verder een grote fan van Mukesh. Ook de liefde voor Mukesh heb ik van hem meegekregen. Als dichter was hij dol op zijn Sarnami, maar ook de Hindi- en Urdutaal waren zijn favoriet. Ik ken geen enkel ander mens die dagelijks op ieder vrij moment en overal aan het schrijven is. Mijn vader had geen specifieke plek nodig om te schrijven. Hij kon overal schrijven, mits hij pen en papier bij zich had. Dat had hij dan ook altijd bij zich. Hij was geen grote prater, maar observeerde altijd heel goed. Alles wat hij om zich heen zag en hoorde kon hij in dichtvorm omzetten. Zelfs het nieuws bracht hij in dichtvorm. De woorden bleven vloeien uit zijn pen. Hij schreef Kavita’s ghazals, rubayaat, liedjes, korte verhalen, toneelstukken en moppen. Hij was geen gelegenheidsschrijver, maar had niet de intentie om hoge literaire werkjes te schrijven. Zijn streven was voor het gewone volk te schrijven en herkenbare onderwerpen te bespreken en dat is hem gelukt. Tot op de laatste dag van zijn leven dat hij buitenshuis doorbracht op een cultureel evenement in Amsterdam heeft hij het geluk gehad gedichten te mogen voordragen. Wel met bevende stem, want waarschijnlijk had hij toen al een hartaanval gehad. Ik heb hem daarna met de grootst mogelijke spoed naar het Erasmus Ziekenhuis gereden, waarna hij nooit meer thuis is gekomen.

Wie was hij?

Geboren op 16 september 1942 uit de relatie van Subhadra Sewpersad en Sewpersad Baldew was hij het tweede kind uit zijn gezin die uit 5 kinderen bestond. Hij werd Bidpersad Baldew genoemd door zijn ouders. Maar hij veranderde later zijn voornaam via een Rechtbankprocedure in Vedpersad. Geboren en getogen in district Commewijne had hij ook een nauwe band met de Javaanse gemeenschap in Commewijne waar hij de Javaanse taal leerde. In 1960 toen hij 18 jaar was kwam hij naar Nederland om een opleiding als kunstschilder te volgen. Maar het liep niet zoals hij had gepland en deed uiteindelijk een opleiding tot automonteur bij het bedrijf waar hij tijdelijk werkzaam was. Keerde met al zijn certificaten terug naar Suriname en had als eerste werkgever de suikerfabriek in Commewijne waar hij als monteur werd aangesteld. Hij trouwde in mei 1966 met mijn moeder, Dhanwati Chotkan. In 1968, mijn geboortejaar bedacht hij dat hij voor zijn nieuwe gezin toch wat verder in zijn leven wilde komen. En mijn vader die iedere avond mij in slaap suste met het liedje:

Raam Kare
Raam Kare Aisaa Ho Jaae
Meri Nindiyaa Tohe Mil Jaae
Mai Jaagun, Tu So Jaae
Mai Jaagun, Tu So Jaae (film Milan 1967)

vertrok wederom naar Nederland om zich verder te oriënteren op een verblijf in Nederland. In Nederland aangekomen pakte hij een opleiding technisch Engels op en ging aan het werk, maar hij had heimwee naar Suriname en zijn gezin en keerde toch maar weer terug. Hij had hierna diverse banen in Suriname, tekende en schilderde veel. Vooral mijn moeder werd in verschillende posities getekend, zoals bij het afwassen en strijken enz.. Ook het portret van Mahatma Gandhi tekende hij graag. In de jaren ’70 toen er politieke roerige tijden aanbraken in Suriname begon hij met het schrijven van zijn politieke gedichten. Op deze manier leverde hij kritiek op de maatschappelijke en politieke situatie in Suriname. Toen hij 5 jaar in dienst was bij het Ministerie van Openbare Werken & Verkeer mocht hij op buitenlands verlof. Het was 1975 en natuurlijk vertrokken we met het gezin, met 3 kinderen voor een paar maanden naar Nederland. Ook nu kon mijn vader geen definitieve beslissing nemen en besliste het lot dat wij een dag voor de onafhankelijkheid terugkeerden naar Suriname. Nog steeds waren het politiek roerige tijden en mijn vader bleef maar dichten en kreeg een podium van de VHP voor het voordragen van zijn gedichten en werd door de radio en tv uitgenodigd. Maar werd op 31 mei 1977 getroffen door een zwaar ongeval. Een psychiatrisch patiënt werd geplaagd door omstanders en deze psychiatrische patiënt zwaaide met een groot stuk hout rond waardoor mijn vader werd geraakt op zijn hoofd. De slag was zo hard dat zijn schedel voor een klein deel brak en zijn zenuw geraakt werd waardoor hij zijn linkerhand niet meer goed kon gebruiken. Na het ontslag uit het ziekenhuis raakte hij lichtelijk depressief, ook omdat hij niet meer kon schrijven. Hij heeft alles op alles gezet om zijn revalidatie te doen slagen en vertrok in oktober 1979 om gezondheidsredenen naar Nederland. Uiteraard speelde ook de politieke situatie van dat moment een rol. Mijn adjie (oma van vaderszijde) was ongerust dat als mijn vader in Suriname bleef en bleef schrijven hij door politieke tegenstanders uit de weg geruimd zou worden. Ze was dan ook blij dat hij naar Nederland vertrok. In Nederland ging hij weer werken bij het bedrijf waar hij als 18-jarige jongen zijn certificaten had gehaald, nl bij Hoogenboom b.v. in Rotterdam. Ondertussen bleef mijn vader gedichten schrijven en een podium zoeken voor zijn gedichten. Deze kreeg hij van radio Radhika, een Hindoestaanse piratenzender die geleid werd door Subhas Gogar. Later kreeg hij zijn podium bij radio Milan, een kabelzender in Rotterdam dat opgericht was door Kries Dokaloe waar hij dagelijks te horen was en een enorme populariteit genoot. De zender werd mede gedragen door andere omroepers zoals Bisoen Mahangoe en Bea Autar die haar carrière als omroepster bij Radio Milan begon.

Natuurlijk is het krijgen van een podium niet altijd over rozen gegaan. Ons gemeenschap is ongeletterd als het op schrijf- en dichtkunst aankomt, maar er zijn altijd enkelingen die menen een groot deskundige te zijn, terwijl ze zelf geen behoorlijk boek of gedicht kunnen schrijven. De kennis hierover is gelukkig gestaag aan het verbeteren. Voor mijn vader was het een droom om op het Milanfestival wat nu reeds meer dan 30 jaar bestaat zijn kavita’s voor te dragen, maar kreeg vanwege afgunst en onkunde hier nimmer een podium. Ook de mensen die hij zijn gedichten liet lezen om het te bundelen stelden dat de gedichten niet gelezen zouden worden en dat het dus geen zin had. Ook hier waren onkunde en afgunst troef. Het is waar dat destijds het lezen van gedichten een ver van mijn bed show was, want we zijn geen lezersvolk en laten we wel wezen de Surinaamse (onderwijs) politiek heeft er voor gezorgd dat het Sarnami een ondergeschoven kindje werd wat uiteindelijk heeft geleid tot onderwaardering van de Hindoestaanse gemeenschap van het Sarnami en ongeletterdheid in het Sarnami. Hindoestanen luisteren liever.

Vandaag precies 17 jaar geleden liet mijn vader het leven. Het was donderdagavond 23.59 uur en guur weer toen we een telefoontje van het ziekenhuis kregen dat hij er niet meer was. Hij had al een paar weken gevochten voor zijn leven, maar het heeft niet mogen baten. Hij was nog relatief jong, 56 jaar en stond nog midden in het leven. Hij had nog veel leuke dingen gepland, zoals een reis naar Mauritius en de overstap naar een nieuwe radiostation. Ook had hij nog veel kavita’s (gedichten) die nog onafgemaakt waren. Hij had een verschrikkelijke angst voor de dood en toch is het hem snel overkomen. Hij zij altijd dat hij lang zou leven. Zijn dood heeft ons diep getroffen en wij hebben ons op die dag afgevraagd waarom? We kregen van hem het antwoord. De volgende dag troffen we op de grond een geopende Bhagvad Gita aan met zijn horloge erop. We hebben nooit kunnen verklaren hoe dit Heilig geschrift uit de boekenkast op de grond was gevallen en dat dit niet eens in de buurt van de boekenkast lag. Maar het antwoord was dat het toch zijn tijd was geweest om het aardse bestaan te verlaten. Zijn crematie was buitengewoon indrukwekkend. Naast dat verschillende pandits en maulwi’s een toespraak wilden houden, waren er vele mensen gekomen die hem nooit eerder hadden gezien en zijn lijk aanraakten. Tot buiten het crematoriumgebouw stonden er mensen om afscheid van hem te nemen. Wonder boven wonder heeft iedereen die er was afscheid van hem kunnen nemen. Ik zelf had tot dan niet geweten dat hij zo populair was.

Schrijven was de passie van mijn vader en we namen daarom ook afscheid van hem met zijn lijflied die iedereen die hem kende en volgde ook kenden en wat heel erg van toepassing is geweest op zijn leven:

Main pal do pal ka shayar hoon
Pal do pal meri kahani hai
Pal do pal meri hasti hai
Pal do pal meri jawani hai
Main pal do pal ka shayar hoon

Het belangrijkste stukje vind ik zelf dit deel:

Kal aur ayenge nagmon ki
Khilti kaliyan choonewale
Mujhse behetar kahenewale
Tumse behetar sunnewale
Kal koi mujhko yaad kare
Kyon koi mujhko yaad kare
Masruf zamana mere liye
Kyon waqt apna barbadh kare (film: Kabhi Kabhi 1976)

Het is een boodschap aan zijn luisteraars en hij had al begrepen dat de drukke maatschappij geen tijd voor hem zou maken om nog naar hem te luisteren en hem nog te herinneren en dat er in de toekomst betere dichters, maar ook betere luisteraars zouden komen. Helaas hebben we die tijd nog niet bereikt. Ik ken geen Hindoestaanse dichter die de populariteit van mijn vader op dit moment evenaart, hoewel er sommigen zijn die denken dat ze grootse dichters zijn.

Ik besluit dit blog met een gedicht dat mij vader zelf heeft geschreven over het leven.

Zindagi aur Uljhan

Zindagi to chaar din ki hai, bhala uski kya bharosa
Aaj ham hain aur kal hamaare Aatmaraam ham hi ko de jaayenge dhoka

Dukh-sukh to janam se ant tak saath rahtein hain,
jina bhi ekhi baar, baaram-baar to milenga hi nahin moka

Zindagi ke dukh ke saagar ko jahaaz se na sahi,
to kaagaz ki naav se paar karlo, bhala aajtak use kisne roka?

Chatak-matak na mile to rukhi-sukhi hi khaakar guzaara karlo,
ek insaan ko aur chaahiye bhi kya siwaai ek chat, ek dhoti aur ek thaali-lota

Tere jite-ji to daktar tudjhe yeh khaana wo khaana minaahi kardeta hai,
islye apne aapko sambhaalo, varna aap dubla jaayenga ya to hoyaange ati moti-mota

Zindagi na to hamaare aur na hi to tumhaare ishaare par chalti hai
Yeh to waqt-waqt ki baat hai, ki insaan kabhi hansta to kabhi rota

Paanch tattva se to sabhi bana hai
to phir apne dhan-daulat par itna ghamand kyon?

Paani, aag, mitti, vaayu aur aakaash men to sabhi mil-jaega,
to bhala is men kaun hai bara aur kaun hai chhtota?

Bom-baarud, top, katlis aur laathi barsaana to sabhi ko aata hai,
Parantu dhan-daulat barsaane ke liye aajtak koi nahi socha (kavita: Vedpersad Baldew)

Den Haag 1968. Mijn vader met zijn certificaten onder zijn arm op zoek naar een baan
Den Haag 1968. Mijn vader met zijn certificaten onder zijn arm op zoek naar een baan

(19)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.